ANKO Kappersnieuw Januari 2004
KENNIS GEBODEN Haar en medicijnen.
![]()
Medicijnen hebben bijwerkingen. Haaruitval als gevolg van een chemokuur is bekend. Maar ook andere geneesmiddelen kunnen invloed hebben op het haar. Behalve haaruitval zien we ongewenste haargroei, of haar dat dun wordt. De klant verwacht van de kapper begrip, deskundige uitleg en advies.
Geneesmiddelen kunnen de haarwortels en de hoofdhuid aantasten. Ook hormonale veranderingen hebben invloed op het haar. Dat wordt broos, valt uit of gaat juist groeien. Soms is dat direct merkbaar, bij anderen pas na enkele maanden. Gelukkig komt de haargroei in de meeste gevallen weer op gang zodra de klant het medicijngebruik staakt. Maar er zijn ook uitzonderingen. Na het gebruik van androgene en anabole steroïden kan het gebeuren dat de haardos permanent wegblijft. Ook op littekenweefsel, bijvoorbeeld bij bestraling, komt het haar niet meer terug; hier groeit immers geen haar meer.
Haaruitval:
Cytostatica, de hoofdbestanddelen van de chemokuur, remmen niet alleen de snel delende kankercellen af, maar ook de snel delende haarcellen. De eerste kuur tast al zo’n 80 tot 90 procent van de hoofdharen in de groeifase aan. Na zeven tot tien dagen begint het haarverlies en na een paar dagen tot twee maanden - afhankelijk van de dosis - is de haaruitval goed zichtbaar. Na het staken van de therapie herstelt de haargroei, maar de haren kunnen dunner of anders van kleur zijn dan voorheen. Er zijn weinig therapeutische mogelijkheden om de haaruitval te beperken. Eén methode is om tijdens de toediening van cytostatica de hoofdhuid koel te houden. Het is echter erg omslachtig en heeft niet altijd het gewenste effect. Ook het haargroeimiddel minoxidil wil nog wel eens helpen.
Kwetsbaar:
Als het haar kwetsbaar is door medicijngebruik, kunt u behandelingen zoals verven of permanenten beter achterwege laten. Wil de patiënt een haarwerk, dan is het verstandig om nog vóór de chemokuur begint een haarwerker om advies te vragen. Deze kan dan het oorspronkelijke kapsel beoordelen. Wanneer de beharing terugkomt, is de eerste tijd voorzichtigheid geboden. De nieuwe, nog dunne haren zijn namelijk erg kwetsbaar.
Emotioneel adviseren:
Eén van de kappers die in haar salon zeer veel te maken heeft met de gevolgen van medicijngebruik, is Yvonne de Boer. Logisch, want haar kapsalon is gevestigd in het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam. “Artsen verwijzen de patiënten al door voordat ze kaal worden”, vertelt ze. “In een intakegesprek bespreken we de haaruitval, de verwachtingen en de wensen van de patiënt en wat wij voor hem of haar kunnen doen. Nog steeds bestaan er veel misvattingen over kaalheid en de oplossingen. Veel mensen denken bij een haarwerk nog altijd aan een badmuts met haar. Omdat de patiënt in korte tijd heel veel informatie te verwerken krijgt, geven we na afloop altijd een folder mee waarin alles nog eens duidelijk op een rijtje staat.” Niet iedereen kan dergelijke gesprekken voeren. Behalve De Boer zelf werken in de salon twee medewerkers die haarwerken kunnen aanbrengen. Naast de technische vaardigheden, zijn ze emotioneel in staat om deze mensen te adviseren. “Zulke gesprekken laat je niet over aan een meisje van twintig”, vindt De Boer.
Cursussen:
Met de kennis over de gevolgen van medicijngebruik op haar is het niet best gesteld, vindt De Boer. “Niet alleen de kappers in ziekenhuizen moeten hier veel van weten. Iemand met haarproblemen moet bij iedere kapper advies kunnen krijgen. Niet alleen over wat er met het haar gebeurt tijdens een chemokuur, maar ook over allerlei andere gevolgen van medicijngebruik en natuurlijk ook over haarproblemen in het algemeen. Er moeten goede cursussen komen.” Dat daar belangstelling voor is, bleek afgelopen najaar toen De Boer in het AMC het haarsymposium van Medisch tot Modisch organiseerde. “In de zaal konden 250 mensen en die zat helemaal vol”, zegt ze. “Alleen jammer dat er relatief weinig artsen aanwezig waren.”
Bespreekbaar maken:
De interesse bleek ook tijdens het ANKO-Congres, waar de vereniging Goed Verzorgd, Beter Gevoel veel belangstelling trok. Volgens Arien van Pelt, bestuurslid van de ANKO en voorzitter van Haute Coiffure Française, ontstaat de behoefte aan informatie over de invloed van medicijnen op het haar echter pas op het moment dat men ermee te maken krijgt. “Zeker jonge kappers zijn vooral bezig met mooi maken van het haar, zij staan nog niet stil bij de problemen die men door ziekte en medicijnen krijgt”, aldus Van Pelt. Dat de dienstverlening ook best duidelijk mag zijn, toont Allround Haarmode Cor de Kapper in Heeze op de website www.cordekapper.nl. Hier staat duidelijke informatie over de invloed van medicijngebruik op het haar. Dit verlaagt de drempel voor klanten om hun probleem bespreekbaar te maken.
Medicijnen die haaruitval of haargroei als bijwerking hebben:
- Cytostatica
- Anticoagulantia (antistollingsmedicijnen voor bloed)
- Interferonen (gebruikt bij bepaalde vormen van kanker)
- Tretinoïnederivaten (medicijnen voor huidaandoeningen, waaronder psoriasis)
- Lithiumcarbonaat (medicijn tegen psychoses)
- Antibiotica
- Sommige anticonceptiepillen
- Sommige middelen tegen ontstekingen en afstotingsreacties, zoals ciclosporine en prednison
- Androgenen (mannelijke geslachtshormonen)
- Minoxidil (als tablet: tegen hoge bloeddruk – als lotion: tegen haaruitval)
Tekst: Loes Schrijver
Met dank aan het HaarCentrum
Bron: ANKO Kappersnieuws. Januari 2004.